Archief
20092010januarifebruarimaartaprilmeijunijuliaugustusseptemberoktobernovemberdecember
Zoek
Abonneer je op deze blog

BLOG

de Wet van het Octaaf

Robert Rosenboom

De Dialoog

26 September 2010

De kernfysicus en tegendraadse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889–1951) zegt in zijn boek 'Zettel' het volgende over besluiten nemen, kiezen en oplossingen bedenken:

 

        ‘We bevinden ons hier bij een karakteristiek fenomeen van het

filosofisch onderzoek: ik zou zeggen dat de moeilijkheid niet bestaat uit het zoeken naar een oplossing, maar in het herkennen van de oplossing in iets wat slechts een ‘inleiding’ lijkt. We hebben alles al gezegd. Er is niets wat ervan afgeleid kan worden. Nee . . . dit ís de oplossing!

Ik denk dat het voorafgaande verband houdt met het feit dat we een uitleg verwachten, maar een oplossing van een moeilijkheid is een beschrijving. Als we stoppen met erover na te denken, stoppen met zoeken. Dat is de moeilijkheid: het blijven staan, het inhouden, het stoppen.’ null

 

Wat Wittgenstein hier als dynamisch proces beschrijft, wordt ook wel ‘jezelf machtig inhouden’ genoemd. Jou wordt dan gevraagd de oplossing niet zelf te bedenken, maar hem in vrijheid te laten opkomen en ontstaan en dat doe je door de macht volledig bij jezelf te houden. Feitelijk vraagt het je jouw unieke maat scherp in het vizier te houden. In plaats van te menen, de creator en initiator van het proces te zijn, die dus de oplossingen zelf moet aandragen en waarmee je jezelf een veel te grote maat aanmeet, word je gevraagd de plaats van de co-creator in te nemen. Dat wil zeggen; je leert als instrument te doen wat in de gegeven situatie nodig is. Niets meer, maar ook zeker niets minder. Je draagt alles aan om de akker zó voor te bereiden, dat het goede zaad erin ontvangen kan worden. Het ontkiemen, dat zich na het inzaaien op enig moment zeker voltrekt – het is het feitelijke oplossen van het ‘probleem’ – valt niet binnen jouw competentie. Jij bent het instrument die zichzelf met behulp van een dialoog in het eraan voorafgaande proces inzet. Dat is jouw bescheiden en tegelijkertijd ook grootse rol, want geen mineraal, plant of dier kan dat van jou overnemen.

 

Als er in vergelijkbare processen waar soms stevige noten gekraakt moeten worden, een dialoog wordt ingezet, komen er vragen aan de orde, zoals:

 

o   Waar kom ik vandaan?

o   Wat is onze gezamenlijke geschiedenis?

o   Wat was mijn aanvankelijke intentie en droom ook alweer?

o   Waarvoor doe ik het feitelijk allemaal?

 

Daarna als deze vragen in alle rust aan de orde zijn geweest, wordt de tijd genomen om langdurig over de toekomst te reflecteren. We spreken elkaars verwachtingen uit waar we gezamenlijk naar op weg zijn en vragen ons af wat er tot nu toe van onze dromen en intenties terecht is gekomen, et cetera.

 

Nu we weer weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn, weten we ook weer hoe we ons tegenover elkaar dienen te gedragen. Het vergeten dat voor de nodige vergissingen blijkt te hebben gezorgd, heeft zich als vanzelf teruggetrokken, waarna herinnering en kennis er voor in de plaats zijn gekomen.

Oplossingen bedenken of brainstormen, waarin het probleem of de actuele kwestie dynamisch en vooral mentaal aan de kaak wordt gesteld, leiden tegenover het proces van elkaar gezamenlijk aan je bestemming herinneren, tot veel minder bevredigende resultaten. Bovendien kost het veel meer tijd. Waarom?

 

Iedereen die denkt of brainstormt, wat feitelijk mentaal in je hoofd gebeurt, weegt mogelijkheden en eerdere ervaringen af tegen de kwesties die nu aan de orde zijn en dat proces van afwegen speelt zich af in jouw hersenen. Je plaatst wat vroeger actueel was, in het heden en herkauwt het samen met anderen.

Alhoewel vaak niet zo opgemerkt, vraagt denken en/of nadenken veel meer tijd. Het kost afgezet tegen jouw gevoelens en beleving die je bij een gezamenlijke dialoog inzet, ongeveer 60.000 maal meer tijd en energie!

Dit enorme verschil in snelheid kan je zelf vaststellen, als iemand jou bijvoorbeeld onterecht of onheus bejegend. Je wordt niet op termijn en veel later dus, maar onmiddellijk en op slag boos. Het is of je bijna explodeert. Ditzelfde zie je ook bij massale manifestaties zoals een spannende voetbalwedstrijd gebeuren; zonder je ervan bewust te zijn, komt de emotionele lading en de oplopende spanning zomaar explosief naar buiten. De overweldigende energie van zo’n collectieve reactie slaat razendsnel om zich heen en je wordt, voordat je het weet, er door gepakt of meegesleept. Het kan als je niet uitkijkt, onverantwoorde dingen met jou doen waar je later nauwelijks meer weet van hebt. Jouw gevoelens snellen, precies vanwege dit enorme snelheidsverschil, als het ware op jouw veel tragere denken vooruit!

Een aantal excessen die de laatste tijd de media hebben gehaald - denk daarbij aan voetbalgeweld en ander vandalisme, zijn zeker aan dit verschijnsel toe te schrijven.

Wanneer er voor besluiten nemen en keuzen maken mentaal ruim 16 werk- en/of vergaderuren nodig zijn, doe je ditzelfde met jouw stille gevoelens en eigen doorleefde ervaringen af, in slechts een paar seconden!   

De dialoog, indien op de juiste wijze gevoerd, dringt het nijpende tijdsprobleem en het druk-druk, waardoor jij jezelf doorgaans tot de waan van de dag veroordeelt, definitief terug.

 

      

Universeel Denken

01 Augustus 2010

Het MT van een organisatie heeft naast de dagelijkse sturing waarmee zij de organisatie naar een uitdagende toekomst wenst te bewegen, als voornaamste taak, de medewerkers van nieuwe impulsen, intenties en motieven te voorzien. Hun intenties dienen de huidige status quo en beslommeringen te overstijgen en de organisatie een gebied te wijzen, dat voor eenieder die er een bijdrage aan levert, inclusief zijzelf, spannend genoeg is. Een gebied dat gezien de exponentiële toename van de complexiteit en de dynamiek waarin we leven, onbekendheid en angst ervoor wegneemt. Hoe gaan beleidsbepalers hiermee om en wat dienen ze daarvoor te doen en mogelijk nog belangrijker . . . wat dienen ze ervoor te laten?

 

Voor de eerste stap in de richting van een uitdagende toekomst, dienen ze zich ten diepste te realiseren dat er nieuwe impulsen en intenties nodig zijn. Ze moeten weten dat bij uitblijven van aansprekende intenties, zij zichzelf en hun medewerkers tot herhalen en kopiëren van zaken en werkzaamheden die allang tot het verleden behoren veroordelen. Hiermee bedoelen we, dat de successen van het verleden tot op het bot zijn beproefd, gekopieerd, veranderd en aangepast. Alle varianten zijn op diverse manieren uitgetest en in bepaalde werkbare vormen omgezet, de organisatie die nog lang niet af is, heeft behoefte aan vers en nieuw bloed. Over deze vaststelling moet iedereen het gezamenlijk eerst eens zijn.

 

Vervolgens kan dan gewerkt worden aan de tweede stap van de uitdagende toekomst.

Natuurlijk is er op zo’n vraag naar ‘nieuw bloed’ geen eenvoudig of eenduidig antwoord te geven. Iedere organisatie is uniek en vraagt om haar eigen antwoorden. Wel springen er een drietal vragen in het oog, die antwoorden kunnen genereren en de beleidsbepalers richting kunnen geven:

 

  1. Hoe ontwikkelen we universeel denken bij mezelf en mijn medewerkers?
  2. Hoe vernieuwen en innoveren we onze producten en/of diensten?
  3. Hoe houden we de bezieling van mij en mijn medewerkers springlevend?

Universeel denken

Dit klinkt groot en is het in feite ook, het nodigt ons uit het wereldbeeld waar we ons gewoonlijke denken en redeneren aan ontlenen en waaraan ons huidige gedrag ten grondslag ligt, te heroverwegen. Eigenlijk is het een poging om wat we op kwantumniveau al enige tijd weten, voor het eerst echt woorden en betekenis te geven en er de realiteit zoals Einstein ons voorhoudt, mee uit te nodigen. De Amerikaanse schrijver Fritjof Capra schrijft hierover in zijn boek 'Het Levensweb ' en de volgende passage onderstreept dit wetenschappelijke feit:  

 

In de formules van de kwantumtheorie worden die relaties uitgedrukt in termen van waarschijnlijkheden, en die waarschijnlijkheden worden  bepaald door de dynamiek van het hele systeem. Waar in de klassieke mechanica de eigenschappen en het gedrag van de delen die van het geheel bepalen, is de situatie in de kwantumtheorie precies omgekeerd: het is het geheel dat het gedrag van de delen bepaalt.’

Een naar mijn mening duidelijke boodschap die, indien op een organisatie  toegepast, de hiërarchische top van de organisatie als hét gedrag van het geheel aanspreekt om aan deze nieuwe werkelijkheid als eerste vorm te geven. 

 

Vernieuwen & innoveren

Hebben de beleidsbepalers hun focus eenmaal van de delen naar het geheel verplaatst, d.w.z. hebben zij een manier gevonden om hun denken en gedragingen als eenheid naar buiten te brengen, dan stimuleren en inspireren ze daarmee hun medewerkers. Die willen zich, in navolging van hen en in het licht van deze vernieuwing, inzetten om ook hun denken en handelen te heroverwegen. Het stimuleert ze fris en nieuw naar hun werk te kijken en nodigt ze uit de bestaande status quo te doorbreken, meer risico’s te nemen en durf te tonen. Leren en innoveren staan in het nieuwe paradigma centraal. De bal ligt dus als eerste bij de beleidsbepalers! 

 

Springlevend bezielen

De derde vraag over bezieling is ‘de Kern van de Zaak’. Zonder bezieling en passie gaan we alsnog aan complexiteit ten onder en glipt de toekomst als water tussen onze vingers door. Van vormgeven en creëren komt dan niet zoveel meer terecht en we veroordelen onszelf maximaal tot ‘goed op de winkel passen’. Daarvoor evenwel is onze positie te uniek en te uitgesproken, terwijl ook de huidige tijd een andere instelling van ons vraagt.

 

Om ook op deze vraag een antwoord op te vinden, dient wederom een stap te worden gezet. Een stap die in het kort kan worden samengevat als het verschuiven van ‘doen’ naar ‘instrumentschap’. Een instrument dat scherp en adequaat klaar staat voor het moment waarop er op hem of haar een beroep wordt gedaan.

Hoe we zo’n adequaat instrument worden, vertelt de volgende leuke anekdote:

 

De droom

 

Ik liep in mijn droom een winkel binnen en vroeg:

‘Wat verkoopt u hier?’

‘Alles wat u maar wilt’, sprak de engel.

‘Oh’ , zei ik, ‘echt waar?

Dan wil ik graag vrede op aarde,

opheffing van onderdrukking,

geen honger meer en

een huis voor alle vluchtelingen . . . ‘

‘Ho, ho, wacht even’, zei de engel,

‘u hebt me verkeerd begrepen.

Wij verkopen hier geen vruchten,

we verkopen enkel zaden . . . !’

 

Hoe geven wij als beleidsbepalers bij ons werk en leven vorm aan universeel denken, hoe zetten wij onszelf bruikbaar en nuttig voor degenen die na ons komen in en bovenal . . . . hoe houden we wat ons ten diepste raakt, springlevend?

 

 

Waarom zouden we ons nog langer vergissen?

04 Juli 2010

De uiterlijke en materiële wereld, de evolutie waarin we leven, blijkt hoofdzakelijk op het niveau van onze atomen te worden aangestuurd. Daarin ‘spinnen’ – jargon voor met meer dan 200.000 km./sec. (!) snel rondcirkelen - neutronen, elektronen, protonen, et cetera om de kern ervan rond. Het doel van dit spinnen is, verzamelen van vruchtbare informatie om deze weer in een later stadium voor reproductie in de evolutie in te zetten. Alles wat voor reproductie later niet bruikbaar is, wordt atomair ‘vergeten’ en het was dit atomaire proces dat Darwin de naam ‘survival of the fittest’ gaf. In de wereld waarin wij dagelijks verkeren, zien we twee systemen zoals de wetenschap ze noemt, hun aandeel aan deze evolutie leveren:

  1. Gesloten systemen zoals, alle mineralen, alle planten, bomen en struiken en alle dieren 
  2. Open systemen, de nog overblijvende entiteit mens.   

Gesloten systemen verdienen deze kwalificatie vanwege hun beperkte vrijheid, waar open systemen in aanleg juist veel over blijken te beschikken.

Als mineralen niet door mensen gevonden of gedolven worden, schitteren ze nimmer als diamanten, ontbranden ze nooit als brandstof en ondergaan ze geen enkele bewerking tot ijzer, aluminium of silicium, etc. Ze blijven diep verborgen als bodemschatten tot in lengte van jaren ongebruikt liggen zonder ook maar enig nut in de wereld waar ze uit voortkomen te hebben. Dezelfde onvrijheid zien we ook bij alle vegetatieve entiteiten die om zich vruchtbaar en nuttig te kunnen manifesteren, in grote mate van de wind en insecten afhankelijk zijn. Zichzelf naar willekeur verplaatsen of een eigen voorkeur uitspreken naast welke andere plant of boom ze zich willen voegen, is vanwege de symbiose waar ze aan dienen te gehoorzamen, niet mogelijk. Met de animale entiteiten is het al niet veel anders en we treffen daar eveneens grote onvrijheid aan. Geen enkele reu is in staat de verleiding van de loopse teef van de buurman te weerstaan en zijn eigen territorium zal hij hoe dan ook tegen indringers móeten verdedigen, etc. Móeten en dwang zijn voor gesloten entiteiten groot en daarom noemen we hun deelname aan de evolutie ook wel existeren.

 

Hoe anders is dat bij de eniteit mens die met behulp van zijn in aanleg vrije wil waarmee hij zich voorgaande handelingen herinnert die hij in het heden laat gelden, de maximale vrijheid heeft om zinvol en voluit levend aan de evolutie deel te nemen.

De grootste belofte ligt bij hem en we zouden hem de vraag kunnen stellen, hoe hij met zijn in aanleg gegeven vrijheid denkt om te gaan en hoe hij zinvol aan het leven denkt deel te nemen? Hoe zet hij zijn vrijheid in om betekenis en nut voor de wereld waarin hij leeft te hebben?

   

We staan tegenover de paradox: niet vrij zijn omdat we géén aangeboren impulsen en talenten hebben, maar juist omdat we er zovéél hebben! We zijn, zoals Jean-Paul Sartre het kernachtig zegt: ‘evolutionair tot vrijheid veroordeeld’. Hoe ontwikkelen we onze onoverkomelijke talenten die er in deze dynamische tijd, meer dan aan toe zijn om vrij te worden gemaakt?

Naast deze atomaire ontwikkeling ergens heel diepweg in ons, dienen we om nut en betekenis te hebben, ook aan de belofte in ons gehoor te geven en daarvoor is het nodig, dat we eerst een paar stevige vergissingen uit de weg ruimen. Bijvoorbeeld:

 

  • De vergissing te menen, dat we nu eenmaal een zwakke wil hebben. Het is, als ik een ander iets vraag of opdraag, mijn ervaring, dat hij of zij het steevast op zijn eigen manier doet en daar mankeert niets aan. Hoezo zwakke wil?
  • De vergissing, dat we niet zo talentvol en creatief zijn. Wanneer ik anderen naast hun werk vraag, wat ze in hun vrije tijd zoal doen, dan komen er activiteiten en interessegebieden aan het licht, waar niemand voorheen een flauw vermoeden van had. We staan bol van de talenten en beschikken over schier onuitputtelijke vermogens.
  • De vergissing, dat we het altijd druk hebben en we nu eenmaal tot de waan van de dag veroordeeld zijn. Natuurlijk weet iedereen dat de tijd die de klok aanwijst heel dwingend kan zijn, maar er is zoveel meer! We weten toch ook heel goed hoe relatief tijd is. Een uur de garage of de zolder opruimen lijkt niet om te komen, terwijl hetzelfde uur met je geliefde doorbrengen of samen met een vriend een goed gesprek voeren, omvliegt. Zelfs het tijdloze hier&nu kennen we heel goed, waarin druk-druk en de overvolle agenda’s het definitief af laten weten.
  • De vergissing dat we te weinig energie hebben en altijd maar moe en mat zijn. Hoezo moe, hoezo weinig energie? Wat doen al die mensen in hun vakantie in de bergen, op de camping of aan het strand? Natuurlijk zonnebaden, wandelen en zich luisterrijk vermaken, dat snap ik. Maar gaat dat dan niet met veel energie en vitaliteit gepaard? We barsten van de energie en zijn juist uiterst vitaal, als hetgeen we ons voornemen aan ons idee van vrijheid tegemoet lijkt te komen.

 

Het doel van deze evolutie waarin we aan het fascinerende levensspel mogen bijdragen blijkt, zoals de kwantumfysica het formuleert, ‘het vrijmaken van energie’ te zijn. Hoe zou het zijn als wij onszelf daarop zouden richten en alleen maar doen, waar we blij, opgewekt en vrij van worden? Zouden het merendeel van onze vergissingen zich dan niet als sneeuw voor de zon oplossen en zouden we niet vrijer dan ooit zijn?

 

 

 

Een week lang Collegiale Consultatie

08 Juni 2010

Ik (samen met Lidwien), heb me gecommitteerd met 26 voor mij grotendeels onbekende andere professionals, een week in een uitstekend pension in Turkije te verblijven. Het doel dat ik voor mezelf geformuleerd heb is: Vakbroeders en –zusters ontmoeten waarmee ik samen leer en ze van dichtbij mag meemaken en ervaren. Het thema waarmee ik deze week inga is: de delen of het geheel.

 

Ontmoeten

Nu, alweer een paar dagen thuis en er met enige afstand op terugkijkend, zie ik nog beter dan toen ik er middenin zat, wat het me heeft gebracht en ik zou het als volgt willen verwoorden.

Ik heb om binnen het principe van het octaaf te blijven, de Wet van Drie zien functioneren, waarin ik zowel ‘uitsluiten (-)’, ‘ontmoeten (+)’ als ‘samenvallen (≈)’ in de weerbarstige praktijk heb zien werken. Ik heb collega’s ontmoet die mij in hun workshop vakkundig hun professie hebben lieten zien en ervaren. Ik kreeg een compact inkijkje in hoe zij met hun beroep omgaan, het was leerzaam en prettig om erbij te zijn.

 

Samenvallen

Verder heb ik bij weer andere collega’s en in de één-op-één gesprekjes het met elkaar, samenvallen mogen meemaken. In de workshops waarin dat gebeurde, ging ik en de ander in elkaar op en beschreef één van ons in zijn of haar woorden de subtiele substantie waarwe ons op dat moment  in bevonden. De tijd staat even stil en in deze éénheidservaring staat op de warme deken die ons beiden omhult, met grote letters het woord ‘liefde’ geschreven. Niets in mij twijfelt eraan ‘het geheel’ zoals ik het noem, in het mysterie dat zich tussen ons aftekent te hebben ontmoet en het is naast heel aantrekkelijk en tegelijk uiterst voedzaam en inspirerend. Het nodigt uit tot samenwerken! 

 

Uitsluiten

Tenslotte heb ik ook gezien hoe we elkaar uitsluiten en het meest tot de verbeelding sprekend is onze gezamenlijke poging om in wat we ‘the Open Space’ noemden, onszelf onbevangen mee en uit te delen. In plaats van door de ongemakken heen, de tijd waarin het zich voltrok te gebruiken om wat ik het mysterie noem, te ontmoeten en in de substantie die zich daaruit losmaakt gezamenlijk af te dalen, hielden we dat juist door de ruimte – the Open Space – met beweging, wensen en andere persoonlijke aberraties te vullen, tegen. We sloten ongemerkt elkaar uit en veroordeelden ons een dik uur per dag tot keihard werken in een oorverdovende stilte. De Orde in dit op werken gerichte klimaat kon zich hierin onmogelijk herstellen en ik realiseerde me terdege, dat dit het klimaat is waar de meeste van onze klanten zich dagelijks in bevinden en waarmee wij ze willen helpen.

 

Mijn Oogst

Ik heb eruit gehaald wat erin zit en vriendschappen gesloten, soms zelfs  zonder elkaar uitgebreid te hebben gesproken.

Mijn thema ‘de delen of het geheel’ heeft zich na deze week 180˚ gedraaid. Mij werd geadviseerd en ik weet dat het klopt, om me meer uitdrukkelijk op de delen te richten waardoor het geheel beter geconsumeerd kan worden en daardoor ook beter gediend is. Een goed en gewaardeerd advies waar ik beslist mee verder ga en ik dank alle collega’s die me daarbij geholpen hebben van harte.

 

 

Ons atomaire vermogen

10 Mei 2010

Bij ieder mens 'spinnen’ (jargon voor heel snel ronddraaien) op atomair niveau elektronen met zo'n 170.000 mijl per seconde (!) in de cellen van zijn lichaam. Het is een facinerend samenspel tussen protonen, neutronen en fotonen en het doel van dit spel is genetische en voor reproductie gunstige informatie en kennis voor toekomstige toepassing, onthouden. Elektronen zijn feitelijk kennisreservoirs of opslagplaatsen, waar genetische informatie dat later in actule situaties voor het instand houden van de soort van belang is, ligt te wachten. Te wachten waarop en op wie? 

Zolang wij menen de leiding van iemand of iets anders te moeten ontvangen in plaats van uit onszelf, blijven we afhankelijk gedrag vertonen en kiezen we voor een reactieve bijdrage aan de samenleving. Hoop en verwachting wisselen elkaar daarin af en leiden op den duur tot wanhoop en teleurstelling. Het is een doodlopende en uiterst complexe weg die ons meer cynisch, dan gelukkiger maakt. Hoe ontsnappen we daaraan en wat heeft dat met de genetische opslag van kennis op celniveau te maken?

 

Voordat deze vragen beantwoord kunnen worden, heb ik er behoefte aan de oorsprong van de vergissing waar we als samenleving collectief aan lijken te lijden, te achterhalen. Mogelijk ligt daar de oplossing al op ons te wachten? Want, hoe is het mogelijk dat intelligente en slimme mensen steeds weer met elkaar in dezelfde kuil van afhankelijk en dus reactief gedrag trappen? Waarom hebben we na zoveel generaties niet allang de leiding over onszelf teruggewonnen en zijn we nog steeds niet stuurman over ons eigen denken, voelen en handelen?

 

De hoofdreden van deze vergissing moeten we zoeken in ons leer- en opvoedingssysteem dat we samen hebben opgetuigd. Daarin gaan we er tot op de huidige dag vanuit, dat de leerkrachten of de opvoeders hun kennis en informatie ter beschikking stellen waar de nog niet wetende leerlingen of kinderen, als ze tenminste willen luisteren en gehoorzamen, hun voordeel mee kunnen doen. De aanbiedende partij hoopt en verwacht dat de ontvangende partij daarvoor respect toont en gemotiveerd wordt. Wanneer dat achterwege blijft, volgt na verloop van tijd wanhoop en teleurstelling en dat zien we terug aan de vele leerkrachten die overspannen thuiszitten en op eigen kracht of met proffesionele hulp, trachten hun burnout of stress te boven te komen.             

 

Een veelgehoorde uitspraak binnen het opvoedings- en leersysteem is: ‘Ze (de kinderen) laten zich tegenwoordig niet meer motiveren.’

Waarin schuilt, als deze bewering juist is, de vergissing? Het lijkt er toch op dat iedereen het heel goed bedoeld en het kan toch niet zo zijn dat de leerlingen het voor het vertellen krijgen?

 

De vergissing die geleidelijk in het leren en opvoeden is geslopen, is terug te voeren tot een reeks aannames en overtuigingen waar we collectief en doorgaans onuitgesproken in blijken te zijn gaan geloven. Bijvoorbeeld:

 

  • Wij (de opvoeders en leerkrachten) weten hoe de wereld of de samenleving in elkaar steekt.
  • Jullie (de kinderen) moeten dat nog van ons die dat al ervaren hebben en weten, leren.
  • Afgezien van wat jullie (de kinderen) in je korte bestaan zelf geleerd hebben, moeten jullie je nog veel, zo niet alles eigen maken.

Afgezien van de juistheid van deze beweringen, plaatst het - de goede niet te nagesproken - de aanbieders boven de ontvangers, waardoor er tussen hen hiërarchisch een afhankelijke positie ontstaat. Bovendien, en dat is mogelijk nog het meest belangrijk, sluit het de genetische en voor reproductie gunstige informatie en kennis die in ieder levend wezen voor zijn  ontwikkeling erop wacht om creatief voor de toekomst te worden ingezet, volledig uit. Er gaat in dit op onterechte aannames gebaseerde samenspel, een duidelijk signaal uit. Het zegt klip en klaar: 'Jullie leerlingen of kinderen, zijn afhankelijk van mij als de reeds wetende partij en jullie dienen daarom goed naar mij te luisteren. Ik verwacht weliswaar onbewust, maar vaak niet minder eisend, dat jullie mijn positie die ik meen te hebben, op juiste waarden schatten'.

De logische consequentie van deze attitude en aannames, is afhankelijk en reactief gedrag dat we in deze tijd collectief in privé- en werksituaties tegenkomen.

 

   Traditioneel onderwijzen en opvoeden wordt van buiten naar binnen overgebracht.

   Begrip echter, gaat in tegenovergestelde richting, namelijk van binnen naar buiten,

   het is een scheppend en creatief proces. Men kan alles weten, zonder er evenwel

   ook maar enig begrip van te hebben. En dit is nu juist de kritieke stand van zaken

   van ons Westerse opvoedings- en leersysteem waar de massa mee is opgegroeid

   en wat louter het verzamelen en onthouden van gegevens, informatie en feiten

   beoogt. 

 

Dezelde boodschap vanuit het samenspel op atomair niveau gezien, laat zich als volgt vertalen:

 

De opgeslagen informatie in onze fotonen pogen onze in aanleg vrije wil door middel van subtiele impressies en intuïtie te informeren, maar slagen daar vaak niet in omdat we nog met onze ‘oude’ attitude, ons vroegere denken, handelen en van daaruit onze taal die we indertijd geleerd hebben, in de weg zitten. Zo ontnemen we de leiding over onszelf en daarop wordt in deze dynamische tijd een dringend appèl gedaan! Het zegt: Ga uit van eigen waarneming en ervaring en jouw nog nimmer aangesproken eigen vermogen. Het wacht er in ieder mens (jong of oud) op om tot leven te worden gewekt. Wat is daarop jouw antwoord? 

     

    Ieder van ons heeft iets bijzonders in zich

    dat erop wacht om te worden bevrijd.

    Jean Houston 

       

      Sport, een spel voor de hele mens.

      15 April 2010

      De uitspraak op TV van de succesvolle voetbaltrainer Gertjan Verbeek van de club Heracles ‘je kunt worden wie je wilt zijn’, onderschrijf ik helemaal. Hij gebruikt hiervoor twee rake werkwoorden, namelijk: ‘willen’ en ‘zijn’ en alhoewel voetballen natuurlijk voornamelijk over het aan de buitenkant op het veld getoonde spel gaat, duiden deze twee woorden op een spel dat zich toch echt bij iedere speler aan de binnenkant afspeelt.

      Willen is een mentale kwaliteit, waarmee net zoals de techniek van het balspel, ook flink geoefend moet worden. Ieder mens en dus ook iedere speler, beschikt over een in aanleg vrije wil die er evenwel zelden helemaal vrij uitkomt.

      Het werkwoord ‘zijn’ zit nog dieper en we kunnen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen, dat de meeste mensen en dus ook de voetballers zich afvragen, wat ze met dit ‘zijn’ in de rol die van ze verwacht wordt, feitelijk aanmoeten.

       

      Alhoewel Gertjan zijn uitspraak zo kortweg op de TV ventileert en er waarschijnlijk brede instemming mee oogst, roept het vooral de nodige vragen op. Vragen zoals:

       

      • De spelers hebben een in aanleg vrije wil, dat is zeker, maar hoe ontwikkelen ze dit ‘in aanleg’ tot realiteit? Hoe vrij is hun wil die voor het spel dat ze spelen - en daar ben ik het volstrekt met Gertjan eens - van doorslaggevend belang is. 
      • ‘Zijn’ duidt op aanwezigheid en spreekt de spelers aan op in het moment die acties uitvoeren, die passend en gunstig zijn om aan het succes van het spel bij te dragen. Maar hebben ze dat geleerd en zijn ze ooit zelfs maar in de buurt van hun ‘zijn’ geweest? Zijn ze niet, zoals overigens de meeste mensen, voortdurend bezig met het voorbije gisteren en met morgen dat nog hoogst onzeker is? Waar zijn ze dan, op het veld, thuis of ergens anders?

      De binnenkant van de speler is vele malen groter dan wat hij aan de buitenkant laat zien en daarom zou de training van de voetbalcoaches tenminste voor een groot deel moeten gaan, over wat de speler zoal aan zijn binnenkant meemaakt. Dat gebeurt in de praktijk niet of nauwelijks en als er al iets over wat hem roert en bezighoudt wordt gezegd, dan overheerst gêne en ongemak en ontbreekt er een op kennis en eigen ervaring gebaseerde structuur aan.

      Terwijl de fysieke training en baltechniek grote aandacht krijgen, komt de enorme binnenkant van de speler er maar bekaaid vanaf, waardoor hij een functie, een rechtsbuiten of een spits wordt en de bijzondere eigenschappen en kwaliteiten die hem meer mens en de creatieve speler maken waar we graag naar komen kijken, eronder te lijden hebben.

       

      Een elftal kan om onverklaarbare reden floreren en zomaar de sterren van de hemel spelen, of plotseling volledig wegzakken en nog geen deuk in een pakje boter kunnen schieten. Het lijkt een ongeleid projectiel, maar is het zeker niet en dat heeft alles met het ontbreken van de structuur aan de binnenkant van de spelers te maken. Daardoor lijkt het team toevallig, in plaats van bewust en gestuurd beter te presteren en een hechte eenheid te worden.  

       

      De bekende Nobelprijswinnaar fysica David Bohm heeft enige jaren geleden wetenschappelijk aangetoond, dat er een impliciete en een expliciete orde bestaat. Expliciet duidt op alles wat wij met onze zintuigen aan de buitenkant kunnen waarnemen en impliciet op wat we juist niet waarnemen, maar wat er volgens Bohm wel degelijk blijkt te zijn. En hij gaat nog verder met zijn betoog; de expliciete buitenkant wordt door de impliciete binnenkant die wij dus niet kunnen zien, gestuurd!

      Wordt het niet de hoogste tijd om dit wetenschappelijke feit eens serieus te nemen en de binnenkant van de spelers zo te trainen, dat ze aan de buitenkant, in het spel en op het veld dus, optimaal en voor langere tijd kunnen blijven presteren?  

      De paradoxale Mens.

      30 Maart 2010

      Ervaren we onszelf als de koning van de schepping of zijn we als een kleine golf in de grote kosmische zee?

      Zijn wij de as waarom alles draait of zijn we een uiterst klein element van de grote dynamische kosmos?

      Dit is het altijd durende thema waar wij ons al alternerend toe dienen te verhouden; geen koning, maar dienaar van het grote kosmische proces waar we een intieme broederschap mee onderhouden.

      Teruggetrokken in een hoek van het bestaan, kijken we naar de grote leegte – het mysterie van de wereld.

      Ondanks onze gebondenheid aan tijd, zijn we ten diepste kinderen van de leegte en is het grote mysterie geen abstractie dat zich op een oneindige afstand van ons bevindt, het bevindt zich overal rondom mij, het bevindt zich ook in mij.

       

      Vraagt men mij waarom ik neerstreek in de groene bergen,

      dan glimlach ik en antwoord niet – het hart vindt er zijn vrede:

      De perzikbloesems drijven op het stromende water heen,

      dit is de kosmos op zichzelf en niet de mensenwereld.’

      Chinese dichter Li-Po

      Wat de afgelopen carnavalstijd me laat zien.

      13 Maart 2010

      Je kon geen televisie of krant openslaan of de uitbundig vierende mensen  zongen en grolden je tegemoet. Op diverse plaatsen in de wereld werd luidruchtig en enthousiast carnaval gevierd. Je kunt je afvragen in hoeverre de getoonde lol en jolijt echt of een symptomatische vlucht uit het drukke bestaan is, maar daarover wil ik het dit keer niet hebben.

      Wat mij opviel was, dat ondanks de dagenlange feestelijkheden en de goede zin die ervan afstraalden, de economie en alles wat daarmee samenhangt zoals politiek en het drukke zakelijke verkeer, gewoon doorgingen. Nergens ontstonden tekorten of liep de boel in het honderd.

      Hoe kan dat en waarom kunnen we dan wel onze agenda’s vrijmaken en de rest van het jaar niet? Normaliter regeert de waan van de dag en worden we met de dagelijkse beslommeringen door de dag heen geloodst, terwijl we nu gewoon een paar dikke strepen door onze agenda’s hebben gehaald en in plaats van op de automatische piloot, ongebreideld aan onszelf mogen denken. Alles gaat ook zonder onze directe bemoeienissen kennelijk gewoon door! Nogmaals; hoe kan dat in een land dat normaal gesproken bol staat van het druk-druk en waar ‘geen tijd’ en haast hoogtij vieren?  

       

      De onderliggende éénheid.

      Degenen die mijn inzichten op de site of mijn boek over de Wet van het Octaaf hebben gelezen, weten dat onder deze universele wet kortweg gezegd, drie zogehete subwetten schuilgaan die de spelregels citeren voor drie  werkelijkheden waaraan we al of niet kunnen deelnemen. Een werkelijkheid confronteert ons met de dwingende consequenties tussen de oorzaken en de gevolgenvan ons doen en laten, de andere stimuleert ons bij het leren en ons ontwikkelen, waardoor het leven en werken spannend en aantrekkelijk wordt en blijft en de laatste helpt ons de natuurlijke orde tussen de mens en de relatieve wereld te herstellen. Wanneer wij in staat zijn tussen deze drie werkelijkheden, al naar gelang de omstandigheden het van ons vragen, te schakelen, dan maakt zich daaruit als vanzelf het zogehete ‘lege Midden’ los waar éénheid, stilte en ruimte de boventoon voeren. Een éénheid die zonder onze goedkeuring of instemming altijd aanwezig is en dus ook tijdens het carnaval onder het feesten en joelen gewoon doorloopt. Daarom gaat alles ook zoals voorheen gewoon door en stort, zoals velen bij grote rampen of plotselinge crises veronderstellen, het leven zelf niet als een kaartenhuis in elkaar.

      Het allereerste wat we ’s morgens direct bij het opstaan ervaren is vrede en ook daarna, wanneer iedereen om ons heen in grote beroering is, staan we weer gewoon op, maken een praatje en doen we wat de omstandigheden ons in het moment aanreikt. Feitelijk als ik zou kunnen geloven dat dát de realiteit is en ik met dit feit spontaan instem, kan mij in werkelijkheid nooit iets gebeuren dat het vieren van het leven – het feitelijke doel van ieder carnaval – kan tegenhouden. Wanneer ik het leven strikt op mijzelf betrek en in het hier&nu doe wat in de gegeven situatie nodig is, wordt iedere dag een feest en hoef ik het leven periodiek niet gulzig op te zuigen, maar nodigt het me uit om er uitbundig en creatief aan deel te nemen.

       

      Puppet on a String.

      20 Februari 2010

      Stel je voor dat je de macht en kracht bezat om de vele handen en invloeden die niet aflatend aan jou trokken, te kunnen weerstaan! Dat je zoveel vermogen en energie in je voelde borrelen, dat je aan jezelf genoeg had en de ander, de ander kon laten!

      Is zoiets mogelijk en misschien nog belangrijker, is het voor jou mogelijk?  

      De krachten die dagelijks aan jou trekken en je er met de haren bij willen slepen, ontstaan door de Wet van Dissipatie die technisch feitelijk zegt, dat alles wat groeit, ontwikkelt en bloeit aan een geleidelijke, doch zekere warmtedood ten onder gaat. Niets kan aan deze universele kracht ontsnappen en ertegen vechten, is een onbegonnen zaak.

      Kunnen we er dan helemaal niets tegen doen en zijn we met huid en haar aan deze wet overgeleverd? 

      Nee, dat zou niet rechtvaardig zijn en voor zover ik zelf heb ondervonden, kun je van het leven van alles zeggen en vinden, maar niet dat het onrechtvaardig is. Mensen ja, die zijn soms onrechtvaardig, maar het leven zelf neigt voortdurend naar harmonie. Waaraan, als het om jouw macht en kracht gaat, kunnen we die harmonie herkennen?

      Entropie & neg-entropie.

      De Wet van Dissipatie kent twee varianten, die in het samenspel dat ze spelen, harmonie tot gevolg hebben:  

      1 - Entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare         energie. De entropie neemt toe tot een maximum. Na verloop van de tijd vallen alle fysische systemen uit elkaar; alles neigt tot wanorde of       chaos.

      2 - Neg-entropie is de toename van bruikbare energie waardoor de natuurlijk orde zich kan herstellen en zelforganisatie mogelijk is.

      Wanneer jij je dus voelt zoals de bovenstaande tekening van Keith Haring laat zien, dan sta je teveel op de automatische piloot en/of werk je volgens de waan van de dag, waardoor entropie kan toeslaan en je onbewust op de 'vergeten'-modus staat. De enige oplossing om daaraan te ontsnappen, vind je bij neg-entropie. Het leert je van jouw nog niet bewust ingezette vermogen gebruik te maken en de weg van de minste weerstand te volgen. Je krijgt dan de wind mee en je leert je op de 'herinner'-modus, waar je immers in aanleg ook over beschikt, af te stemmen. 

      In plaats van met gevoelens te leven, alsof er constant aan jou getrokken wordt, kun je van dit 'in aanleg' realiteit maken, waardoor jij eindelijk (weer) zelf aan de touwtjes trekt! Alles draait om de vraag hoe serieus jij jezelf neemt en hoe belangrijk je zelforganisatie vindt.

      Het grote werk

      04 Februari 2010

      Iedereen die ooit op enig vlak succes heeft gekend weet, dat waar hij zich op focust van doorslaggevend belang is. Focust en denkt hij dientengevolge over verlies en teleurstelling na, dan is winst of succes zeer onwaarschijnlijk. Omgekeerd, focust hij zich op waar het hem werkelijk om gaat, levert dat de beste resultaten op. Het lijkt allemaal zo voor de hand liggend en toch . . . . 

      Er zijn, als we naar ons eigen doen en laten in de wereld kijken en de dingen die we daarin ondernemen, feitelijk maar drie zaken waar we ons druk om zouden kunnen maken:

       

      1.    Wijzelf, ik noem dat gemakshalve ‘ik’.

      2.    De wereld met alles erop en eraan.

      3.    God of een andere hogere Macht. 

       

      Moeten we, als we tenminste eerlijk zijn, in realiteit dan niet vaststellen ons bovenmatig druk te maken over wat er zoal in de wereld gebeurt. Over schrijnende misstanden, rampen en andere bedreigingen en sociale onrechtvaardigheden. We vullen er met gemak de dagelijkse kranten, actualiteit- en tv-programma’s mee en er lijkt geen einde aan te komen. Het ‘nieuws’ zoals we dat graag noemen, weet van geen ophouden en wij laten ons er maar al te graag door beïnvloeden en erin betrekken, want we willen immers bij de tijd blijven.

       

      Dan komen we aan het tweede onderwerp waar we ons bovenmatig druk om maken en veel van onze tijd aan besteden; God of welke macht we daarvoor in de plaats stellen.

      We krijgen met gemak duizenden jongeren bij elkaar, om over God of wat we voor Hem aanzien, te discussiëren, bezingen en bidden. We vullen

      ‘zin-’ en ‘betekenisvolle’ programma’s om ons het bestaan van God af te vragen en uit te zoek, wat Hij van ons verwacht en hoe wij ons ten opzichte van Hem dienen te gedragen, et cetera. We voeren zelfs heiligen oorlogen om onze God, tegenover de God van de andere partij te verdedigen en de vaak bloedige strijd die we met elkaar leveren, nog aan Hem op te dragen ook. 

      De vraag die al deze aandacht oproept is: Met wie doen we dit alles eigenlijk, wie is de actor van al deze bezigheden? Wie wil de wereld sociaal veranderen en de rampen en bedreigingen trachten te voorkomen? Wie moet er zo nodig bij de tijd blijven? Wie verhoudt zich tot God en werpt zichzelf in de strijd om zijn of haar God door dik en dun te verdedigen?

      Is dat niet die ‘ik’ waarmee we onszelf in hoogsteigen persoon bedoelen?

      Is het niet merkwaardig hoe druk we ons over de wereld en om God kunnen maken, zonder onszelf als de co-creator, überhaupt te kennen? Zou om succes te verzekeren, niet eerst deze co-creator die dit alles waarneemt en initieert, goed gekend moeten worden? Zonder die ‘ik’ is er geen wereld en naar ik vrees ook geen God, althans niet de macht die wij aanbidden en bewonderen.  

      Als succes zoals we eerder vaststelden, werkelijk om focus gaat, dan is zelfonderzoek de eerste gerichte actie die we zouden moeten ondernemen, om die ‘ik’ in onszelf te leren kennen en werkelijk succesvol en gelukkig te zijn.

      Gelukkig en succesvol worden we zeker niet, als we het van de wereld of van die God laten afhangen die nota bene ons daarvoor als Zijn perfecte plaatsvervanger heeft uitverkozen! 

      Syp kwam en Syp ging.

      18 Januari 2010

      Met de wereld rondom me in een dik pak sneeuw gehuld en me bewust van de stilte die door deze witte deken tot me doordringt, trippelt zomaar op een maandagavond een klein grijs en wollig veldmuisje over mijn parket de kamer in. Hij stopt vlak voor mijn bureau waaraan ik werk en kijkt me even heel indringend aan. Ik zeg blij verrast: ‘Hé, wat kom jij hier doen? Is het je soms te koud buiten?’

      Zonder me een blik verder waardig te gunnen, nestelt hij zich onder mijn CV. Hij heeft gelijk, want daar is het in ieder geval lekker warm.

      Gedurende de verdere avond en ook de dag daarna, schuifelt en huppelt hij op z’n gemak door mijn woning en omdat ik hem nu wat beter kan bekijken, besluit ik hem Syp te noemen. Zijn uiterlijk doet me aan iemand die ik goed ken denken en als ik de deur uitga, roep ik: ‘Syp, pas jij even op de woning als ik weg ben?’

      Wanneer ik ’s avonds terugkom en hem aanroep, zit hij pontevikaal midden op mijn vloer en alhoewel ik zo’n twintig centimeter van hem vandaan hem passeer, blijft hij rustig zitten. Angst kent Syp kennelijk niet. Wat heeft hij toch en waarom vlucht hij niet voor me weg?

       

      Het is dinsdagavond en ik zit gezellig met Syp naar het voetballen te kijken, als hij weer eens onder mijn CV vandaan komt. Hij gaat vlak voor me staan. Er voert een lichte rilling door zijn lijfje en met een plotselinge beweging valt hij zijdelings om. Een van zijn pootjes trekt nog wat na en . . . . Syp is niet meer, hij houdt het voor gezien! Zijn muisenissen zijn definitief voorbij.

       

      Daar zit ik dan als toeschouwer en mede-belever van Syp’s sterfproces en naast gevoelens van: ‘Jammer dat mijn huisdiertje er nu niet meer is’, voel ik me ook vereerd. Ik word niet zo vaak in de gelegenheid gesteld bij iemands definitieve verdwijnen aanwezig te zijn en dan ook nog zo pontevikaal en vlak voor me neus!

      Het is daarna een tijdje muisstil in mijn huis!    

      Goede voornemens 2010

      02 Januari 2010

      Het spiksplinternieuwe en maagdelijke jaar 2010 ligt voor me en de vraag is; wat zal het me brengen, maar ook . . . hoe zal ik me op dit veelbewogen jaar afstemmen? Welke begintoon voorafgaand aan de nieuwe symfonie die ik in dit jaar componeer, sla ik aan? Het is een belangrijk voornemen, want beïnvloedt de eerste toon niet de hele verdere symfonie?

       

      Voordat het zover is echter, moet de oude troep van daarvoor en waar ik last van ondervind, eerst worden opgeruimd en ik ken daarvoor een paar varianten die daarbij kunnen helpen:

       

      • Jezelf bekennen
      • ‘Fouten’ toegeven
      • Bekentenissen doen

       

      Het zijn prachtige manieren om schoon en onbevangen het nieuwe jaar in te gaan en een enorm voordeel van deze varianten is, dat - wat we zelden met goede voornemens doen - ik er direct mee beginnen kan. Geen uitstel of geen vergeten, gewoon direct doen!

      Toch, om te voorkomen dat ik mijn goede intentie vergeet voordat ik ben begonnen, is enige zelfreflectie vooraf op z’n plaats. Het geeft me op de volgende vragen antwoord:

       

      • Voor wie doe ik het feitelijk?
      • Wie ont- of belast ik ermee?
      • Hoe vrij is de ander om hem al of niet te accepteren?
      • Met welk doel beken ik me of geef ik mijn ‘fouten’ toe?

       

      Bekentenissen en ‘fouten’ toegeven kent twee richtingen; een in de richting van mezelf en een ander in de richting van iets of iemand anders.

      Ik begin bij mezelf en geef wat zich intern bij me afspeelt, de volle ruimte. In gesprek met mijn hogere en supramentale intelligentie- en gevoelscentra, maak ik mezelf intuïtief energetisch ‘schoon’. Ik vergeef mezelf en de ander de vergissingen die we abusievelijk gemaakt hebben en vraag kracht en inzicht om, wanneer zich een volgende gelegenheid voordoet, meer wakker, alert en aanwezig te mogen zijn.

       

      Bij de tweede richting - bekentenis extern aan de ander - ligt het wat gecompliceerder. De drang van binnenuit om eindelijk schoon schip te maken is groot en ik kan de spanning die dat oproept bijna niet uithouden. Ik stel mezelf daardoor niet of nauwelijks de vraag of de ander aan mijn bekentenissen wel toe is en het ook wil. Voor wie doe ik de bekentenis feitelijk, met welke intentie of welk doel. Het risico de inhoud van mijn dagelijkse en vaak mentale overpeinzingen, ongevraagd bij de ander op de stoep te dumpen, is daardoor groot. Ik overval hem of haar met mijn pakketje, voorzien van het label ‘mijn welgemeende bedoeling’ en dring hem zonder respect voor zijn vrijheid, mijn vrijheid op.  

      Dat wil ik natuurlijk eigenlijk niet, maar gebeurt als ik niet uitkijk, wel.

      Een bekentenis aan de ander vraagt om een heel precieze en goed afgewogen aftstemming met mezelf, de ander en de situatie die speelt, in die respectievelijke volgorde. Wanneer ik met mijn ontlasting (sorry voor de woordspeling) de ander belast, wanneer mijn vrijheid de ander onvrij maakt en als ik met mijn spanning bij de ander spanning oproep en mijn bekentenissen de ander dus niet optilt en inspireert, dan biedt mogelijk de eerste optie me meer speelruimte en kansen om van de situatie en wat het met me doet, te leren. Ik leer mezelf spanning uithouden en verantwoording nemen voor de realiteit die geen fouten kent. Soms, omdat ik ‘slechts’ de co-creator van het spel in het ‘hier&nu’ ben, heb ik het te doen met wat er is en is mijn behoefte en wens naar vrede en gezamenlijkheid ondergeschikt aan wat het leven voor mij in petto heeft. De realiteit is: de ene keer schenkt het leven me vrede en de andere keer weerstand en in dit polaire spanningsveld mag ik mijn rol in het moment en in relatie, samen met mijn naasten spelen. Het doel van mijn bekentenis of fout is leren, leren mezelf op alle vlakken schoon te maken en het kan, ook al doe ik dat onbedoeld dus niet zo zijn, dat ik dit doel alleen voor mezelf reserveer en de ander daarvan uitsluit.

       

      Heel veel succes met je goede voornemens!  

      Hoe verandergezind ben jij?

      01 December 2009

      Nog nooit, althans in onze bevinding, is de veranderbereidheid groter geweest en wordt het maatschappelijk breder gedragen dan op dit moment. Dat geldt zowel voor privépersonen als voor organisaties en mogelijk ligt de economische crisis en andere nijpende kwesties eraan ten grondslag, maar toch.
      Nu is openstaan voor veranderen één ding, nóg belangrijker echter is de matrix of blauwdruk op basis waarvan de verandering plaatsvindt. Veel intenties en goedbedoelde plannen om te veranderen en het roer echt om te gooien - zo heeft althans gedegen wetenschappelijk onderzoek uitgewezen - blijken in de praktijk op niets uit te lopen. Het is naar de mening van de onderzoekers vaak geldverspilling en vergeefse moeite.

      Dat is natuurlijk jammer en niet de bedoeling van iedereen die zich voor het veranderproces hard heeft gemaakt. De grootste schade echter naast al die moeite, komt voor rekening van de medewerkers van organisaties. Zij worden steeds meer kopschuw en in plaats van te leren elkaar te vertrouwen – de basisattitude voor iedere vruchtbare samenwerking - bevestigt het hun wantrouwen. Ze worden steeds meer argwanend en staan minder open om te leren.

      Omdat de Wet van het Octaaf met zijn drie subwetten aan iedere verandering, groei en ontwikkeling ten grondslag ligt (zie onze site onder In-zichten: de Wet van het Octaaf) en er feitelijk de matrix of de blauwdruk van is, functioneert het bij de verandertrajecten die wij begeleiden, als een referentiepunt waar de grote te volgen stappen universeel van vastliggen en waarbinnen oneindig gevarieerd en gecombineerd kan worden.
      Vergelijk het maar met een boom, zoals een beuk. Hij herinnert zich vanaf het prille beukennootje tot aan de woudreus zoals hij daar nu trots staat, doorlopend zijn matrix en zal tussentijds dus nooit een berk of een kastanje worden. Toch blijkt geen enkele beuk ondanks zijn dwingende en stil op de achtergrond lopende matrix, hetzelfde te zijn en zo gaat het ook bij de veranderingen van de organisaties die wij begeleiden. Wanneer de medewerkers van de organisatie zich hun unieke blauwdruk herinneren, kan daarbinnen oneindig gegroeid en gevarieerd worden en komt hun ongekende vermogen naar buiten. Iedereen die bij het veranderproces betrokken is, behoudt zijn/haar uniciteit! De angst om uit de bocht te vliegen of een ongeleid projectiel te worden en zodoende identiteit te verliezen, is ongegrond. Alles blijft keurig, zoals dat in jargon heet, binnen de lijn van convergentie. In plaats van kopschuw of argwanend te worden, zet het de medewerkers juist aan om met plezier en voldoening te (blijven) leren.

      Van MOETEN, via WILLEN naar MOGEN

      01 November 2009

      Je herkent het vast wel, hoe je jezelf voortdurend onder druk zet door van alles te moeten. Je moet je agenda nog bijwerken, je hoort je moeder te bezoeken, je moet van jezelf de afgesproken targets halen en het werk waar jouw collega's op rekenen, moet je nog af hebben, et cetera. Als je niet uitkijkt, is iedere dag een opeenstapeling van dwang en moeten.
      Tijd om even rustig adem te halen en tot jezelf te komen, is er niet  . . . . je hebt eigenlijk altijd haast. De korte lunchpauze en het wandelingetje tussen de middag schieten er al jaren bij in en frisse lucht adem je alleen maar in, als je vanwege een weer uitgelopen vergadering, ’s avonds laat naar huis moet.

      Dit is ongeveer the story dat wij vaak van medewerkers van organisaties die wij begeleiden horen. Ze zijn ten einde raad en weten niet hoe ze uit deze visuele cirkel kunnen ontsnappen. Wel begrijpen ze, dat altijd maar moeten hen geen spat verder brengt. Het gaat namelijk nooit over!

      Wat kun je doen als je het geweldig druk hebt en er toch maar 24 uren in één etmaal zitten? Wat je zeker niet hoeft te proberen, omdat velen vóór jou dat al gedaan hebben, is dit tijdsdilemma trachten op te lossen binnen de tijd waarin het dilemma is ontstaan. Dat is een vruchteloze poging!

      Onze tijd is de chronologische klokkentijd die we eens met elkaar hebben afgesproken. Dat was en is nog altijd handig, want afspraken, treinen en andere met deze tijd verbonden instellingen, werken daardoor beter en betrouwbaarder. We kunnen in veel gevallen op deze tijd rekenen.

      Er zijn echter naast deze klokkentijd ook nog andere tijden die niet zozeer voor apparaten, instellingen en organisaties zijn bedoeld, maar die over mensen gaan. Apparaten en organisaties kun je zo instellen en organiseren, dat ze doen wat je ze opdraagt, want ze hebben geen eigen zelfstandige wil. Jouw computer of je wekker waarschuwt je precies op ‘tijd’, als je afspraak is gearriveerd en de trein komt  het perron binnenrollen, op de ‘tijd’ die de routebeschrijving van tevoren aangeeft, dat wil zeggen . . . . meestal.
      Gebeurt dat onverhoopt niet en komt hij toch te laat, dan kun je er zeker van zijn, dat er mensen met een andere tijdsbeleving tussenin zitten. Mensen zijn geen dingen of apparaten, maar mensen en dat wil zeggen, dat ze uniek en vermogend zijn en over een volkomen andere tijdsbeleving kunnen beschikken. Let wel; ‘kunnen’ beschikken. Een goed gesprek voeren of aan een enerverende zeiltocht deelnemen, speelt zich in een volstrekt andere tijd af, dan de ‘moeten’-tijd waar jij je, wanneer je voor de waan van de dag kiest, mee verbindt. Waarin schuilt dat enorme verschil en hoe leer jij je met die andere tijdsbeleving te verbinden?

      Alles draait bij tijd feitelijk om jouw in aanleg vrije wil. Verbind jij je - en natuurlijk doe je dat onbewust - met de moeten-tijd, dan blijft er van je ‘vrije’ wil niet zoveel over. De plicht en daarmee het moeten slepen je door de dag heen en nemen het stuur ongemerkt van je over. Slechts wanneer jij je echt realiseert, dat jij de enige bent die in aanleg over een vrije wil kan beschikken, dan ruil je moeten in voor willen en dat kun je vooral aan de taal horen, in jouw communicatie en de woorden die je dan gebruikt . Plicht, dwang en moeten klinken er veel minder in door en maken plaats voor een meer uitnodigende taal en attitude. Je bent eraan toe jouw grenzen te verleggen en deze opnieuw te bepalen en je verbindt je dan automatisch met die andere tijd die Albert Einstein indertijd voor ons vaststelde: Je verbindt je met de relativiteit.           

      De druk neemt daardoor van de ketel af en je realiseert je, dat je in dit gigantische mondiale spel dat we samen spelen, niet een doorsnee, maar een belangrijke en unieke speler bent. Een waardevolle speler die aan het spel in de jaren dat je er met jouw talenten en kwaliteiten aan mag deelnemen, de toekomst meebepaalt. Je leert te doen wat nodig is in de gegeven situatie, niets meer en zeker ook niets minder!

      Jouw attitude wijzigt door je met het echte leven te verbinden, van willen, waarvoor een zekere wilskracht nodig is, in mogen. Je wordt een bruikbaar instrument, dat aan de samenleving als geheel met alles wat er als vermogen in jou zit, mag deelnemen. Ook in deze veel mildere belevingswereld speelt een bepaald soort tijd een rol. Een tijd die evenwel ver van de moeten-tijd verwijderd ligt en die feitelijk de enige echte tijd blijkt te zijn die er werkelijk toe doet. Het is het magische NU dat, indien door jou bewust gewenst, aan de chronologische klokkentijd ontsnapt! Het is de tijd dat een aanspraak doet op jouw ‘zijn’, op wie je in wezen bent.

      De paradox die jij mag vormgeven, vraagt van jou, je tot deze realiteit waarbinnen al deze drie tijden een eigen rol spelen, te verhouden – de chronologische tijd, de relativiteit en het huidige moment, het NU.

      Als je vragen hebt, hoe jij je tot dit ogenschijnlijke tijdsdilemma creatief kunt verhouden, stuur dan een berichtje of een e-mail (www.springteam.info) en we nemen graag contact met je op.

      Waarom universele wetten ook weerstand oproepen.

      01 Oktober 2009

      Tijdens een van de lezingencycli die ik onlangs hield, werd mij door een van de aanwezigen gevraag waarom we universele wetten nodig zouden hebben. Een dergelijk vraag wordt mij regelmatig gesteld en het duidt volgens mij, op onze collectieve en ingebakken weerzin tegen structuren. Het is een typische vraag voor de mens die alle mogelijkheden in eigen hand heeft, fundamenteel vrij is en dus in volledige vrijheid zou kunnen kiezen. Tezelfdertijd weet hij zich met die vrijheid ook geen raad. Want toen ik hem een paar vragen daaromtrent stelde, moest hij de antwoorden erop schuldig blijven. Ik vroeg hem: "Als je dan zo vrij bent, waarom:   

      o Vergissen we ons dan zo vaak?
      o Lopen we als drenkelingen achter onze gedachten aan?
      o Hebben we het vrijwel altijd druk?
      o Worden we door de complexiteit meer dan eens overspoeld?
      o Weten we ons vaak met de dualiteit waarbinnen we leven en werken geen raad?
      o Leggen we een duidelijke voorkeur aan de dag voor de gevolgen zonder ons de oorzaken die eraan ten grondslag liggen, überhaupt af te vragen?" 

      Moet je als je heel eerlijk bent, niet constateren, dat je feitelijk helemaal niet zo vrij bent als je zelf wilt geloven? Dat je enige gerichte hulp bij het vrijmaken van jouw wil - want daar hebben we het feitelijk over - wel zou kunnen gebruiken?  
      Deze hulp voor hen die vrijheid hoog in hun vaandel dragen, ligt vast binnen universele wetten. Zij hebben niets te maken met het Burgerlijk Wetboek dat ons voorschrijft hoe we ons in deze samenleving braaf en fatsoenlijk hebben te gedragen, en zelfs de indrukwekkende natuurwetten zijn aan deze alles overheersende wetten ondergeschikt. De afstand tussen universele wetten en ons dagelijkse reilen en zeilen is zo groot, dat we ons de hulp die we nochtans op verschillende momenten krijgen aangeboden, meestal niet realiseren en waarschijnlijk is dat de reden van de koudwatervrees en mogelijk ook van de vraagsteller. Hij realiseert zich niet, dat met of zonder zijn medeweten of toestemming universele wetten toch hun invloed aanwenden en alles en iedereen en dus ook hij, zich ertoe heeft te verhouden.

      Ik stel hem daarom de vraag: "Ben jij je ervan bewust, dat wanneer je bewust of onbewust deze wetten ontkent, jij voor wat betreft jouw leven en werken, er helemaal alleen voor staat? Realeer jij je, dat je in je drang naar vrijheid, mogelijk het kind met het badwater weggooit en is dat naast jammer, niet bovenal heel onverstandig? Weet je, dat je deze wetten namelijk ook vóór je kunt laten werken in plaats van je er op voorhand tegen te verzetten?" 

      De kernfysicus Ludwig Wittgenstein (1889-1951) verwoordt het verschil in perceptie die we hier zien, glashelder als hij zegt:  

      'De grenzen van de taal zijn de grenzen van de werkelijkheid. Je ziet pas een papegaai, als je weet wat het woord papegaai betekent.'en

      Het is dus een kwestie van perceptie die ons aanspreekt op onze fundamentele vrijheid, want vrij zijn we in aanleg, daaraan is geen twijfel mogelijk. Universele wetten gaan zelfs specifiek over vrijheid, namelijk de vrijheid om voor vitaliteit en het leven zelf te kiezen.

      De mens heeft de plicht met de wetten waar het hele universum door wordt bestuurd samen te werken. Bij het realiseren van deze wetten, bevindt hij zich op ‘heilige grond’ die hij alleen als een uniek mens mag betreden. Het besef van deze plaats, is hem echter niet van nature gegeven. Door alleen maar te wensen of erover na te denken kan niemand ook maar iets aan zijn eigen ontwikkeling doen. Hij moet er iets unieks voor ondernemen, iets unieks dat ik het best in één enkele zinnetje kan samenvatten; ‘wakker worden!’ 

       * De foto heb ik gebruikt van het boek 'De druppel en de oceaan' geschreven door Han Bekkers. 

      Voor leiders die het beu zijn om op de winkel te passen

      03 September 2009

       

      Goed, de vaart zit er weer helemaal in, ik ben van mijn vakantie hersteld en de motor staat weer volop aan. Dit keer spreek ik in dit weblog bestuurders en ondernemers van organisaties aan. Zij zijn het in deze hectische tijden, waar alles op minder en zuiniger lijkt te staan, die de vaart er economisch weer in moeten zien te krijgen. Natuurlijk weet ik ook wel, dat het vertrouwen van de consument ook belangrijk is, maar daaraan voorafgaand zijn het de ondernemers en bestuurders die met hun vuur van binnenuit de zaak eerst in beweging moeten zetten. Waarom?
      Wel omdat de kwantumfysica bij monde van de Nobelprijswinnaar fysica David Bohm heeft aangetoond, dat de impliciete orde – de wereld waar het vuur van binnenuit ontbrandt – de expliciete orde – de wereld waarin we onze dagelijkse dingen doen – aanstuurt en dus in beweging zet!
      Het vuur van binnenuit, passie, drive en bezieling, het zijn als we niet uitkijken holle kreten die hun betekenis verliezen. Daarom richt ik me om slijtage te voorkomen, specifiek tot deze groep. Ik meen, dat zij deze kwaliteiten als geen ander en zeker in aanleg, bezitten. Ook al is het vuur misschien, vanwege de economische dreun die hard is aangekomen, ietwat getemperd, het kan niet waar zijn dat het helemaal uit is. Daarvoor is het te essentieel, wezenlijk en te belangrijk!
      Het toont zich als inventiviteit, flexibiliteit en creativiteit, dát is het impliciete vuur van binnenuit.
      Wanneer je echter nog toekomstplannen smeedt op basis van ervaringen uit het verleden, hoe wil je dan voorkomen dat de organisatie en de medewerkers inventief en creatief blijven? Jij veroordeelt ze immers zelf tot kopieergedrag. Creativiteit komt voort uit iets volstrekt nieuws en zeker niet uit zich steeds weer herhalend gedrag en attitude. Een dynamische en wakkere organisatie weet dat resultaten ouder dan maximaal zes maanden in deze tijd niet meer op tafel horen te komen. Het dwingt de medewerkers hun grenzen te overschrijden, want je kunt nu eenmaal niet creatief zijn als je in de oude energie van gisteren blijft hangen.

      Er is in een innovatieve organisatie een honger en gedrevenheid naar progressie en groei nodig. Die worden zichtbaar als de medewerkers spontaan veel verschillende vaardigheden gaan ontwikkelen. Niemand is alleen maar leidinggevende of alleen maar stafmedewerker en dat betekent dat ze vaak ook ongewone dingen doen.
      Moedig bij iedereen op alle mogelijke manieren creativiteit en flexibiliteit aan, bijvoorbeeld door gewoonten en comfort als het ware uit te bannen. Creativiteit is het doorbreken van gewoonten en comfort om er originaliteit en progressie voor terug te krijgen.

      Dat is wat ik van bestuurders en ondernemers die het beu zijn om op de winkel te passen en waar het vuur dus nog van smeult, verwacht. Ze zijn gewend met successen en tegenslagen om te gaan en weten, als ze tenminste hun vinger goed nat maken en hem hoog in de lucht steken, precies vanuit welke richting de economische wind waait. In die richting laveren ze de organisatie die zich in deze tijd nu het wat rustiger is, naarbinnen richt en zich opmaakt voor de aanstaande progressie die zeker komt. Ze maken zichzelf intern schoon en zorgen dat hun collectieve geheugen fris is en blijft.

      De leiding kan niets anders dan al zijn inspirerende overtuigingskracht in de strijd werpen en tegen de medewerkers en zichzelf zeggen, dat de organisatie of  onderneming nog maar net begonnen is. Haar ‘lifetime’ is namelijk oneindig. Dit feit geeft iedereen hernieuwd vertrouwen om met elan een nieuwe richting in te slaan en gezamenlijk een nieuwe kathedraal te bouwen. We weten weer en zijn ervan overtuigd dat we nog maar net begonnen zijn. We moeten samen de organisatie nog uitvinden. Het mooie en uitdagende van deze visie is, dat het gaat om ieders intentie. Een scherpe focus hoeft het genieten en het naar de stip aan de horizon op weg zijn, beslist niet in de weg te staan!

      Zonder bezieling, waarbij de leiding van de organisatie een aanzienlijke rol speelt, dreigt het gevaar in nog roeriger en nog meer onzeker water terecht te komen. Een bezield bestuurder werkt aan een subtiele balans tussen doen en droom en deelt dat, verwoord in een bezielende missie, met zijn medewerkers. Als wij hem of haar daarbij kunnen helpen, graag!  

      Natuurlijke Harmonie

      26 Augustus 2009

      Wanneer ik zo vlak na onze hele maand durende vakantie de avonturen en de verhalen die mijn omgeving tijdens de vakanties die zij hebben meegemaakt aanhoor, realiseer ik me hoe weinig ik eigenlijk over onze reis te vertellen heb. Viel het misschien tegen of ontbrak het ons aan avontuur?
      Integendeel, iedere dag dat we onze mooie Karstentent verlieten die we voor het eerst zelf mochten uitproberen, bracht ons verrassingen en onverwachte ervaringen. ’s Avonds voor het slapengaan, liggend onder de wolkenloze sterrenhemel, maakten we er een gewoonte van, de dingen die we die dag hebben meegemaakt met elkaar uit te wisselen en we komen steeds weer tot dezelfde slotsom; het is weer een overheerlijke en rijke dag met ongekende ervaringen geweest!
      Bovendien en mogelijk is dat de grootste winst, verschilt onze vakantie niet zo heel veel van ons ‘normale’ werk. Ons werk is het liefste wat we doen en de omgeving waarin we werken bevindt zich vaak op de mooiste locaties in Nederland. Wat willen we nog meer?

      In de vakantie zo dicht en intensief bij de natuur leven en op verschillende momenten van de dag ervaren hoe vreemde mensen in andere landen met de vruchten en de producten uit hun natuur omgaat, is een bron van inspiratie waar ik bijzonder van heb genoten.
      Omdat we ook in een economisch minder ontwikkeld land zoals Tjechië komen, wordt het thema ‘invloed’ of beter gezegd de vraag, welke invloed mensen op hun omgeving hebben, een terugkerend reflectiepunt. In landen Frankrijk en Italië, waarin deze menselijke invloed overduidelijk aanwezig is, zoals in de rijke en intensief bebouwde wijnbouwstreken, dreigt het gevaar dat de mate van hun invloed op de omgeving vragen oproept. Hoever mag of moet een mens ingrijpen voordat de schoonheid geweld wordt aangedaan? Tot waartoe reikt harmonie, et cetera?
      Één ding is mij op deze vakantie echter duidelijk geworden; helemaal niet ingrijpen en de boel laten verwilderen of categorisch afzien van de noodzakelijke handelingen om enige aan de mens aangepaste condities te creëren, is fnuikend en niet harmoniebevorderend. Denk dan niet dat ik het dan over luxe of comfort heb, want dat bedoel ik niet. Ik geef ter illustratie een voorbeeld.

      We staan op een camping waarvan de eenvoudige douches vrij uitkijken over de erom liggende heuvels en velden. Geen gladde douchecabines, geen luxe betegeling, geen douchebak, et cetera, maar wel zij het beperkt, warm water, een goede kalkvrije douchekop en bovenal een schatrijk wijds uitzicht. Iedere dag maakt iemand zowel de eenvoudige wasgelegenheid als de douches en de accessoires intensief schoon. 
      Menselijk ingrijpen in de natuur, mits op maat en dus gekoppeld aan  bewustzijn, is voor het harmonisch functioneren betekenisvol en belangrijk. We zijn of we het nu willen of niet, co-creators en als dat dan toch zijn, waarom dan niet met onze volle instemming en overtuiging?
      Ik vraag me regelmatig af; geldt dat ook voor mijn werk en ik moet na enig reflecteren toegeven . . .  ja, dat geldt evenzeer voor mijn gewone dagelijkse werk! Ook dan grijp ik in de natuur in en wordt van mij verwacht op maat, dat wil zeggen met bewustzijn samen met andere mensen te werken. Het geeft mij in alle bescheidenheid betekenis en een gevoel voor andere mensen belangrijk te zijn en daarmee de harmonie te bevorderen.

      De les die ik met name op deze vakantie geleerd heb is: Doe de dingen die de natuurlijke harmonie en het genieten van wat mij ter beschikking wordt gesteld bevordert. In de ruimte tussen dit voornemen, de door mij vooraf geplande inspanning en de feitelijke handeling zelf die er het gevolg van is, ontstaat als uit een andere werkelijkheid, het genieten waar ik vervolgens gepast aan mag deelnemen. Gepast, want het genieten ontgaat me en is verleden tijd als ik meen er de oorzaak van te zijn terwijl ik ‘slechts’ de deelnemende toeschouwer ben die er een dankbare getuigen van is. Ik heb de akker voorbereid waarna het zaad (genieten) wortel heeft geschoten en tot wasdom is gekomen.   

      Wat zijn we gezegend!

      18 Juli 2009

      Toen ik in 1991 zelf nog actief ondernemer was en met mijn bedrijf tot een van de meest klantvriendelijkste ondernemingen in Nederland behoorde – mijn direct concurrenten waren indertijd Commodore Computers Aalsmeer, het Okura Hotel concern Amsterdam, Centraal Beheer Apeldoorn en de Amersfoortse Verzekeringen – beleefde ik een periode waarin me zakelijk gezien, de wind letterlijk meezat. Alles wat mijn medewerkers en ik aanraakten, ongeacht wat het kostte, viel ons toe en veranderden in goud. De omzet en winst waren navenant en we maakten een glorieuze ontwikkeling door.
      Natuurlijk hadden we daarvoor de juiste dingen gedaan, dat spreekt vanzelf, maar toch. We hadden ons een uitstekende naam en positie op de markt veroverd, waar mijn collega’s alleen maar van konden dromen. Het concept was niet alleen uniek en bijzonder door het product – op maat geproduceerde en op  afstand bedienbare houten privégaragedeuren, maar had bovenal succes vanwege onze unieke marketingmethode. Hoe wij onze klanten benaderden, voor hen meedachten en hen commercieel en technisch behandelden. De klant is koning en heeft dus altijd gelijk. Dit stond naast andere succesfactoren (zie ook De witte overalls), boven in ons vaandel.

      Daarna in mijn nieuwe leven toen ik samen met Lidwien Springteam trainersatelier begon op te bouwen, leefde bij mij van begin af aan de wens dezelfde uniciteit op trainersgebied te realiseren en een jaaropleiding samen met haar te ontwikkelen. Hij zou voor mensen bedoeld zijn, die in hun werk en leven de onderste steen boven wensten te krijgen.

      Gisteren tijdens een lekker etentje samen met Lidwien in Delft, realiseren wij ons plotseling dat de opleiding Springlevend Vermogen al weer zijn derde jaargang telt en dat deze wens dus helemaal is uitgekomen. Het geeft ons een rijk en voldaan gevoel. Springlevend Vermogen ontwikkelt zich nog steeds en wordt almaar rijker en rijper. Er heeft zich zelfs spontaan een vervolggroep Voortdurend Springlevend Vermogen gevormd, waar we begin juli met de eerdere deelnemers van de opleiding een meerdaagse sessie in Huize Welna te Nunspeet hebben gehouden. Het was voor iedereen een rijke en inspirerende ervaring en zeker voor de aankomende jaren voor herhaling vatbaar. Wie zijn benieuwd hoe groot de groep dan is!

      Ook wordt het ons tijdens het genoemde etentje duidelijk, dat mijn eerste wens – een unieke eigen gezicht waarmee Springteam zijn klanten bedient – op het punt staat ook bewaarheid te worden.                        
      De Wet&Spel, de 2-daagse workshop voor directie- en managementteams blijkt onze uniek ingang naar de markt te zijn. Met deze door ons reeds enige jaren beproefde en door onszelf ontwikkelde, korte en krachtige workshop mogen we organisaties en ondernemingen aan den lijve laten ervaren, hoe ze:

                      1. zich op korte termijn met elkaar leren verbinden, 
                      2. onder de gesel van de tijd uit kunnen komen, 
                      3. hun vroegere passie en bezieling (weer) terugwinnen.

      De resultaten bij het spel dat we al met een aantal bedrijven en organisaties hebben gespeeld, zijn ronduit fantastisch en levert aan het eind zelfs nog iets extra’s op; wij presenteren de onderneming of organisatie een beknopte Quick-Scan van de stand van zaken op dat moment en doen een aanbeveling voor wat betreft de verdere ontwikkeling, hoe ze  door kunnen pakken. Hoe en wat doen ze om zich sterker en met nog meer zelfvertrouwen op de zich immer wijzigende markt te onderscheiden?

      Als we daar zo tevreden zitten en het aantal workshops dat we dit jaar nog mogen uitvoeren bij elkaar optellen, dringt het pas goed tot ons door hoe gezegend we zijn. We hebben een eigen en uniek Springteamgezicht gevonden om klanten die worstelen met organisatieproblemen te helpen. Is het niet fantastisch en dat nota bene in deze crisistijd waarin vrijwel iedereen een stapje terugmoet!
      Ik loop de volgende dag nog na te genieten van het succes dat ons in dit interval is toegevallen en dat geldt voor mij in het bijzonder. Ik maak dit glorieuze gevoel voor een tweede maal in mijn leven mee!

      Robert Rosenboom

      www.springteam.info